Stel je voor: je loopt samen met je nieuwe vriend in de stad en jullie komen een bekende tegen. Althans, een bekende van je vriend, want jij kent die persoon niet. Wat denk je dat er dan gebeurt? Toch minimaal dat je wordt voorgesteld als nieuwe-vriendin-van? Juist! Dat gebeurt dus niet. In de categorie ‘daar doen ze in ‘t Gooi niet aan’, een onderwerp waar ik mij nog steeds over verbaas.

Het maakt niet uit waar je mensen tegenkomt: in de kroeg, bij de supermarkt of in de winkelstraat. Bijna altijd word je als onbekende genegeerd door beide partijen. Daar waar ik in het begin nog wel eens mijzelf en mijn hand naar voren drong, gevolgd door een ‘Hoi, ik zal me even voorstellen’, ben ik daar na een jaar of twee mee opgehouden. En nu, ruim twaalf jaar later, stoor ik mij er niet eens meer aan.

Wel blijf ik mij erover verbazen. Mijn eigen roots liggen in Den Haag en daar gebeurt dit gewoon niet. Daar stel je de persoon nog eerder voor dan dat de ander heeft kunnen vragen wie er hand in hand met je loopt. Zijn de mensen in het Gooi –of nee, laat ik me alleen bij Hilversum houden– dan asociaal? Hebben ze verkeerde bedoelingen? Zijn ze ongeïnteresseerd? Ik moet eerlijk zeggen, niets van dat. Integendeel. Ook mijn lieftallige echtgenoot, want dat is hij inmiddels, weet het niet. Hij erkent het wel, dus daarmee is de wedstrijd al half gewonnen. En hij verbaast zich er ook over. Maar de eerstvolgende keer gebeurt het gewoon weer. Dus wat het dan wel is, is mij na twaalf jaar nog steeds een raadsel.

Wat ik wel weet, is dat we onze kinderen een gezonde dosis Haagse manieren bijbrengen. Je zorgt er altijd voor dat je de persoon naast je voorstelt. Bluffen over jezelf doe je veel en met overgave. En je eerlijke mening rechtdoorzee geven is een basisprincipe, ook als die soms hard aankomt.