Er was altijd wel gedoe met z’n mond. Hoesten als baby, non-stop kwijlen als dreumes. Daarna kwam het praten. ‘Wat zegt ‘ie?’, werd ons vaak gevraagd. Halverwege de kleuterschool werden we doorverwezen naar een logopedist. Hij was moeilijk te verstaan en vaak hees.

Ik versta hem altijd. Anderen ook, maar dan vooral als ‘ie kwaad of gefrustreerd is. Dan schreeuwt hij er op los. De rest van de tijd mompelt hij veel. De logopedist vond hem ook te hees, maar wel wat aan de jonge kant voor behandeling. Want hoe leer je een jongen van vijf niet te schreeuwen op een voetbalveld? Z’n uitspraak kon beter, maar was niet bijzonder slecht. We besloten het aan te kijken.

Twee jaar later: een boekenbeurt. Zijn eerste. Praten en voorlezen voor een volle klas, we hielden ons hart vast.

Sowieso vindt hij lezen stom, altijd gevonden. Maar de grap is; hij kan het heel goed. Als jongste van de klas, groep 5, leest hij op het niveau van eind groep 6. Alleen omdat het moet. Want hij speelt liever een potje voetbal op het plein.

Toen we hem zo ver hadden dat hij echt aan de bak moest (huiswerk maken is een dingetje), had hij het boek binnen een paar avonden uit. Vervolgens de boekenbeurt voorbereiden. Met een spanningsboog van een paar minuten was dat een avontuur. Maar het lukte: een half uur later stond alles op papier. En begon het oefenen, iedere dag.

Zeven dagen hadden we. Hij stampte alles in z’n hoofd. Zelfs de bladzijdes die hij zou gaan voorlezen, kende hij uit z’n hoofd. Maar dat voorlezen… Niet om aan te horen. Mompelend, zacht, ingetogen, eentonig, soms gewoon onverstaanbaar en met eindeloos lange zinnen.

Wat een leuk boek. Nu nog wat duidelijker praten de volgende keer.
Wat doe je het goed. Kun je ook wat minder mompelen?
Zo te horen vind je het leuk om te doen. Nu nog proberen na een punt even een pauze te nemen.
Je werkt er hard aan, zie ik. Kun je ook proberen een beetje hoog en laag te gaan met je stem?
Je weet nu echt alles uit je hoofd. Alleen dat voorlezen lieverd, de kindjes verstaan je zo niet. Iets duidelijker, okè?

Hij gaf niet op. Bij de generale repetitie hadden we -blijkt achteraf- de gouden tip: ‘Chris, gewoon heel hard praten. Als je denkt dat je hard genoeg praat, dan nog een tandje harder. Want als je hard praat, gaat je borst vooruit, je hoofd omhoog, zoek je de punten in de zin en ga je van hoog naar laag. Dus jongen: omhoog dat volume.’ Hij ging die avond rustig naar bed en zei dat hij er klaar voor was. In de ochtend had hij er zin in, zei hij. Geen zenuwen.

Later die dag haalde ik hem op van school. Het eerste wat hij zei: ‘Ik was super zenuwachtig, mam.’ Hoe hij dat voelde in zijn lijf, vroeg ik. ‘Dat was gek, joh! Mijn benen wiebelden een beetje en m’n handen ook.’ En hij was een stuk vergeten. ‘Ik moest toch drie vragen stellen aan de klas over de bladzijde die ik had voorgelezen? Toen was ik dus zomaar één vraag vergeten. Maar heb gewoon een andere vraag bedacht. Haha!’

Man man, hoe trots kun je zijn? Hij wist prachtig zijn gevoel te omschrijven en heeft onder de druk van 28 paar ogen gewoon koelbloedig geïmproviseerd.

Een 9,5. Dik verdiend.

WP Feedback

Dive straight into the feedback!
Login below and you can start commenting using your own user instantly