Als ik iets heb geleerd, dan is het dat ik altijd al een lockdowner was. Het beestje heeft een naam gekregen. En het mooie is: het mag nu worden gezegd.

Ik ben een lockdowner.

Daar ben ik trots op. Ik hou niet zo van drukte. Niet van borrels en feestjes. Niet van plannen maken en ontdekken. Niet van Zoomen en FaceTimen. Niet van hot naar en her. En al helemaal niet van clubjes.

Ik hou van m’n eigen, kleine wereld. Met daarin de paar mensen die ik liefheb en die mij dierbaar zijn. M’n gezin, familie, een handjevol vrienden en vriendinnen (oké, dat zijn drie handjes) en buren. Ik hou van thuis zijn, van kaarsjes aan of in de tuin zitten. Van tekenen en lezen. Van lummelen, heel veel lummelen.

Dat werd wel eens als saai gezien. Niet ondernemend. Introvert en passief. Beperkt, zelfs.

Maar wat blijkt? Ik ben niet meer alleen. Steeds meer mensen gaan na dit jaar prat op hoe de dingen duidelijk worden, ‘door corona’. Dat het onze kleine cirkel is, die er echt toe doet. Dat we eigenlijk te veel wilden ontdekken, zien, beleven. De planeet aan het vernachelen waren met onze drang naar meer en mooier. In de ratrace van het leven die we zelf draaiende hielden. Door te liken, swipen en finden.

Nou mensen, fijn! Welkom in deze heerlijke wereld. Ik zit er al een tijdje en vind het geweldig. Geweldig om tevreden te zijn. Volstrekt tevreden en intens gelukkig met een gezellige avondmaal aan onze eettafel of een mooie zonsondergang op de hei. Met een wandeling door het bos en na afloop een kop warme chocolade melk thuis. Met de tranen in mijn ogen om helemaal niets. Juist in dat niets zit alles.

Terugkijkend op het afgelopen jaar doen veel mensen grote ontdekkingen. Inzichten. Levenslessen. In mijn top 3 staat de ontdekking dat ik verse tomatensoep lekkerder vind als ik de knoflook niet gehakt er doorheen doe, maar als hele teen (en die er dan later uit vis). Als dat in een top 3 staat, dan is dat toch wel een ultiem tevreden zijn, volgens mij.