Aanbiedingen en kortingen vliegen je om te oren. Je kunt geen winkel voorbij lopen, geen Facebookpagina openen, of een onweerstaanbare actie wordt op je afgevuurd. Nu de feestdagen achter de rug zijn, is het namelijk weer zover: uitverkoop. Er zijn vrouwen die hun wekker zetten om op tijd bij online acties te zijn. Die sneeuwstormen trotseren om bij de pre-sale van hun favoriete kledingwinkel die ene lamswollen jas te scoren. Zo’n vrouw ben ik nooit geweest, gelukkig. Wel ging ik mee in de sales-gekte. Tot nu.

Scoren, scoren, scoren
Voorgaande jaren stoorde ik mij niet aan de sales-gekte. Sterker nog, ik ging er tamelijk vrolijk in mee. Een mooie wollen trui die ik anders niet kon betalen, had ik toch maar mooi met 30 euro korting gescoord. Nieuwe bruine laarsjes, die ik echt niet nodig had, maar voor de helft van de prijs kon ik ze natuurlijk niet laten liggen. Zo vulde mijn garderobe zich met spullen die ik niet nodig had, maar wel leuk vond.

Verlammende hysterie
Dit jaar bekruipt mij -tot mijn eigen verbazing, dat dan weer wel- een onrustig gevoel. Wat zeg ik, het is eerder een weerstand. Weerstand tegen alle verkoopmails, schreeuwende etalages en commercials op de televisie. Tegen overvolle kledingrekken en hysterisch graaiende handen in de winkels. Winkels gevuld met vrouwen (ja echt, het zijn toch vooral vrouwen) waarbij het zwart voor de ogen wordt zodra ze een rode sticker zien. Even ging ik mee in de waanzin: urenlang vulde ik op m’n tablet winkelmandjes, die bij het afrekenen plotseling een stuk leger waren, omdat een artikel ineens uitverkocht was. Vlak voor sluitingstijd schoot ik de winkel in om te zien of ik nog iets te pakken kon krijgen. Ik had geen wensenlijstje, maar sale maakt hebberig. Iedere keer kwam ik bedrogen uit: ik kon niet slagen. De hysterie in de winkels verlamde, de online gekte frustreerde.

Verslavend
Dat ik mij toch liet meeslepen, was om niets anders te doen dan het kortstondige gelukgevoel dat we hebben na een aankoop. Enkele minuten, een paar uur of een hele dag, zijn we opperst tevreden. Het gevoel dat vrijkomt na een leuke aankoop is volgens deskundigen verslavend. Maar pel het eens af: hoe lang blijft dat gevoel? Wat heb je er eigenlijk aan? En wordt dat gevoel niet steeds korter, naarmate we meer kopen?

Van verlangen naar ellende
Uit eigen ervaring weet ik dat het nooit genoeg is. De hebberigheid begint te woekeren vanaf het moment dat ik de pre-sale mail in mijn mailbox vind. In mijn hoofd plant zich het idee dat ik -bijvoorbeeld- misschien een nieuwe lichtgrijze skinny wil. Dat idee groeit en groeit. Van willen gaat het naar nodig hebben. Uiteindelijk wordt het een must: zonder die lichtgrijze skinny kan ik de lente niet in. Verder -zo maak ik mijzelf wijs- heb ik niets nodig, alleen die lichtgrijze skinny. Ik struin winkels en het web af, totdat ik hem voor zo min mogelijk geld heb weten te bemachtigen. Het gevoel dat ik dan heb, is heerlijk. Dat gevoel blijft een paar uur en ik geniet er met volle teugen van. Maar dan. Dan komt het witte shirt om de hoek kijken. Niet zo’n shirt dat ik nu in de kast heb liggen, die heeft tenslotte een ronde hals. Nee, het witte shirt met de v-hals. Die zou toch leuk staan op mijn lichtgrijze skinny. Zo maakt na een paar uur het euforische gevoel van de lichtgrijze skinny plaats voor het verlangen naar een wit shirt met v-hals. En begint de hele ellende opnieuw.

Stop
Ik heb daarom besloten dat ik er niet meer aan mee ga doen. Aan de sale. Het is namelijk nooit genoeg. Vanaf nu weiger ik mezelf behoeftes aan te praten die ik niet heb. Ik heb me uitgeschreven voor alle commerciële nieuwsbrieven en besloten geen winkel in te gaan waar uitverkoop is. Pas op het moment dat mijn jeans (één van de acht) slijtageplekken krijgt of mijn witte shirt per ongeluk in de donkere was belandt, kom ik in actie. Dan heb ik twee opties: of ik koop het in de nieuwe collectie, of ik pak even wat anders uit mijn kast.