Schrijven is niet zijn hobby. En met thuisschool schiet het al helemaal niet op. Het gaat te snel achteruit. Omdat goed schrijven ook voor onder elkaar optellen nodig is, besluit ik samen met juf dat we hem extra schrijfoefeningen gaan laten doen. Vijf minuten per dag en de oefeningen kunnen we bij haar op school komen ophalen.

De afgelopen weken zijn onrustig. Veel gebroken nachten en spanning tijdens het werken. We houden de moed erin, de ene dag gaat dat makkelijker dan de andere. Maar het lukt. We maken er wat van. Er zijn ook mooie momenten. En het valt voor ons allemaal toch ook wel mee, we kabbelen rustig door.

Tot vandaag.

Kletsend vertrekken we in de ‘pauze’ naar school. Soort van opgetogen, we hebben een uitje. De regen vinden we niet eens erg. Bij school bel je monter aan. Je lievelingsjuf, die van twee jaar geleden, verschijnt aan de deur. We komen extra werk ophalen, zeg je haar lachend. Oh, loop maar even mee naar binnen, zegt ze, je eigen juf zit nu namelijk via Teams instructie te geven.

Je wilt niet mee naar binnen.

Ik sta perplex. Dit is jouw school. Hier zit je zes uur per dag. Jarenlang. En voor je staat je lievelingsjuf. Waarom wil je niet mee?

Terwijl je lievelingsjuf een app stuurt naar je eigen juf, fluisteren we. Je vind het eng, zeg je, die lege school. Je bent er al lang niet geweest. Het voelt gek.

De regen maakt onze gezichten nat. Van binnen huilt m’n hart, maar ik verberg dat voor je. Ik zeg dat ik je helemaal begrijp en het ook eng zou vinden. Ik zeg ook dat ik denk dat je het wel kan. Want je bent een rots, weet je nog?

Je lievelingsjuf krijgt geen reactie op haar app. Ze kijkt je geruststellend aan en haar blik zegt je; er zit niets anders op.

Oké, zeg je. En je gaat.

Jouw school, jouw plek. Hopelijk voelt het heel snel weer heel vertrouwd.